Kasteel D'Ursel

Gedurende bijna vier eeuwen was het kasteel in Hingene het 'maison de plaisance' van de adellijke familie d'Ursel. Met de hulp van internationale ontwerpers volgden de hertogen trouw de veranderingen in de wooncultuur. De opeenvolgende aanpassingen lieten hun sporen na. Vandaag biedt het domein d'Ursel een staalkaart van vierhonderd jaar architectuur-, interieur- en tuingeschiedenis.

In zijn huidige vorm is het kasteel een uitzonderlijk voorbeeld van een achttiende-eeuwse, adellijke zomerresidentie, omringd door een typisch negentiende-eeuws landschapspark. Zowel de indeling van het gebouw als de binneninrichting zijn bijzonder mooi bewaard.

Elke verdieping heeft haar eigen karakter:

de voorraad- en kelderkeukens met de typische tongewelven,
de gelijkvloerse verdieping met de schitterende ontvangstruimten,
de eerste verdieping met de salons,
de 2e verdieping met vertrekken van de hogere bedienden én de adellijke kinderen.
Doorheen dit alles is ook het parallelle systeem van bediendengangen en –kamertjes nog goed zichtbaar.

Zowel op de gelijkvloerse als op de eerste verdieping zijn bovendien de originele lambriseringen bewaard, met daarin achttiende- en negentiende-eeuwse wandbespanningen in textiel of Chinees papier.

Park
Over de 16de-eeuwse inrichting van het domein d'Ursel is weinig bekend. Uit de verkoopakten kunnen we wel opmaken dat het al de typische delen van een laat-middeleeuws buitengoed omvatte, die in de eerste plaats van een economisch-agrarische waarde waren: een neerhof, moestuinen, boomgaarden, visvijvers en bossen voor hakhoutbeheer.

Dat de principes van de renaissancetuin in Hingene niet onbekend waren, blijkt uit de oudst gekende iconografische bronnen, de prent van Sanderus en een boerendansscène van David Teniers de Jonge en Lucas Van Uden (omstreeks 1650). Elk onderdeel op het schilderij staat op zichzelf en is strikt afgebakend met hagen of bomenrijen. De omvangrijke siertuin ten oosten van het kasteel is nog verder opgedeeld volgens een vast stramien.

Rond het 'vernieuwde' kasteel uit 1713-1714 verscheen een typisch Franse tuin. De gravure van Guillaume de Bruyn toont de parterres, waterpartijen en fonteinen, opgesmukt met balustrades, vazen en beeldhouwwerk. Voor het eerst werd het parkdomein als één concept bekeken. Zelfs de moestuin aan de westzijde was geïntegreerd in het barokke ontwerp. De aanleg van het huidige grachtenpatroon, inclusief de aanplanting van de Vleminckxstraat, startte al in 1699.

Servandoni, die ook het interieur van het kasteel aanpaste, was de auteur van een classicistische heraanleg. Hij speelde met symmetrie, perspectieflijnen en trompe-l'oeil-effecten.

Hij ontwierp een centrale as, die de nieuwe hoofdingang in de huidige Wolfgang d'Urselstraat met het kasteel en de dreven in het parkbos tot één geheel verbond. In 1784 werd dat centrale perspectief aan de zuidzijde zelfs doorgetrokken tot buiten het domein, door de aanleg van de huidige Kasteeldreef.

 

 

 

     
 
     
 

(c) -Spider-