Het jachtpaviljoen De Notelaer


Tussen 1791 en 1794 liet Wolfgang-Guillaume, derde hertog d'Ursel, dit opmerkelijke paviljoen aan de Scheldedijk bouwen. De Notelaer diende als rustplaats tijdens een wandeling en vormde het kader voor een adellijk diner of gezelschapsspel in beperkte kring. Voor de realisatie deed Wolfgang-Guillaume een beroep op de Franse hofarchitect Charles de Wailly (1730-1798), een van de invloedrijkste bouwmeesters van zijn tijd.

Als pronkstuk ontwierp de Wailly het achthoekige 'salon à l'Italienne'. De plafond- en muurschilderingen van Antoine Platteau, de weerkaatsing van het Scheldelandschap in de hoge spiegels en de prachtige parketvloer maken van dit salon een betoverend geheel. Ook aan de buitenkant zijn boven de vijf ramen bas-reliëfs aangebracht in stuc, die de Schelde en haar bijrivieren voorstellen.

-

Tussen 1792 en 1797 lieten Wolfgang-Guillaume, derde hertog d'Ursel, en zijn echtgenote Flore d'Arenberg dit opmerkelijke paviljoen aan de Scheldedijk bouwen.

Het paviljoen deed niet alleen dienst als belvedère met hertogelijke ontvangstsalons, er bevond zich eveneens een woning voor de schippersfamilie en een herberg voor het volk.

Voor het ontwerp van dit neoclassicistische paviljoen deed Wolfgang-Guillaume d'Ursel een beroep op de internationaal vermaarde Franse hofarchitect Charles De Wailly (1730-1798). . Ook de lokale uitvoerders en kunstenaars hadden een uitstekende reputatie en werkten mee aan vele andere monumentale gebouwen.

Het unieke karakter van De Notelaer komt vooral voort uit zijn ongewone ligging tegen de dijk, waardoor het paviljoen aan de landzijde anderhalve verdieping meer telt dan aan de kant van de Schelde.

Het gebouw bestaat uit twee in elkaar geschoven volumes: het ene, aan de rivierzijde, met een achthoekig grondplan en het gedeelte aan de tuinzijde met een rechthoekig grondplan. De gevels charmeren door hun harmonieuze proporties en vooral door het gebruik van een grote variëteit aan bouwmaterialen die zorgen voor een veelkleurig geheel.

De onderbouw was bestemd als veermanswoning en herberg, in de bel-etage is een "salon à l'italienne" ondergebracht geflankeerd door twee kabinetten.

De plafond- en muurschilderingen van Antoine Plateau ((1759-1815), de reflectie van het landschap in de hoge spiegels en de prachtige parketvloer maken van het salon een betoverend geheel.

In de boogvelden boven de 5 ramen van het octogonale salon (Scheldegevel) bracht de Brusselse beeldhouwer François-Joseph Janssens (1744-1816) bas-reliëfs aan in stuc, die de Schelde en haar bijrivieren voorstellen.

In onbruik geraakt en geteisterd door o.a. de overstroming van 1953 werd De Notelaer van het definitieve verval gered door de tweede eigenaar, de familie Camu. In die periode was het een echt kunstenaarstrefpunt en werd het bezocht door vooraanstaande personen waaronder de huidige koning Albert II en de koningin.

Ook toen de derde eigenaar, kunstenaar Vic Gentils, het paviljoen bewoonde (1970–1983), behield De Notelaer zijn aantrekkingskracht.

Vervolgens kocht het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De Notelaer en zocht een zinvolle bestemming voor deze parel aan de Schelde. De vzw De Notelaer (1984) werd geboren en het gebouw werd opengesteld voor het publiek.

Sinds 1999 is het gebouw in erfpacht gegeven aan Erfgoed Vlaanderen.
De werking blijft gerealiseerd door de vzw De Notelaer.

 

 

 

     
 
     
 

(c) -Spider-